Het gebruik van het oliedispersiebad in de verpleegkunde

In de antroposofische verpleegkunde vormen de oliedispersiebaden volgens Junge een belangrijk onderdeel van de uitwendige toepassingen.

Baden, wikkels en inwrijvingen hebben gemeen dat het menselijk organisme daarmee van buiten, via de huid, een stof krijgt toegediend die gebonden is aan een dragerstof, zoals b.v. water of olie met ongelijke warmte- c.q. koudegraden. Het bijzondere daarbij is het gegeven dat deze behandeling niet door de betreffende persoon zelf wordt uitgevoerd, maar door een tweede persoon, die zich daarmee "op de andere mens richt" en die het gehele verzorgingsproces begeleid. Het is met name deze menselijke begeleiding die bij de oliedispersiebaden een wezenlijke rol speelt bij de ontplooiing van de genezende eigen vermogens, die bij de zieke mens weer opgewekt dienen te worden. Bij het oliedispersiebad gaat het vooral om de krachten die warmte vormen. Door de bijzondere wijze van bereiding van de olie in het oliedispersieapparaat wordt het menselijke warmteorganisme in het bloed gestimuleerd. Er treedt een intensieve warmteontwikkeling op die zich vanuit het centrum tot in de periferie uitbreidt en de hele mens doordringt met een weldadige warmte. Dat is het doel van de behandeling en het effect is sterk afhankelijk van de wijze van uitvoeren.

Het therapeutisch bad
Bij zieken waarbij de levenkrachten door de zieke toestand zijn verzwakt moet het bad door de verzorger worden voorbereid en tot na de afsluitende narust worden begeleid. Voor de voorbereiding zijn verschillende materialen nodig:

Over de uitvoering
Het apparaat aan de badkuip vastmaken (zie gebruiksaanwijzing) Eerst ongeveer 5-10 cm heet water in laten stromen zodat de badkuip wordt voorverwarmd. De gewenste watertemperatuur instellen, het oliereservoir met olie vullen en de watertoevoer aansluiten op het apparaat. De borstels kunnen al in het water gelegd worden, zodat ze bij het gebruik niet meer te hard zijn. De nu ontstane dispersietoestand van de olie in het water is stabiel en wordt niet verstoord door het toevoegen van meer water; indien gewenst kan er tijdens het baden dus heet water worden toegevoegd.

Over de temperatuur van het bad
De temperatuur van het bad wordt bepaald aan de hand van de voor het baden gemeten lichaamstemperatuur. Richtlijn is een temperatuur van ongeveer 1 įC lager dan de lichaamstemperatuur. Uit ervaring bij de verpleging blijkt dat deze temperatuur strikt individueel moet worden bepaald. Het is van belang het in geen geval koud te krijgen in het bad.

Door rustig stil te liggen vormt zich een oliemantel om het lichaam, waardoor men het bij een lagere temperatuur minder koud heeft dan b.v. bij een bad met extracten. Door de lagere temperatuur van het bad treedt er geen uitwendige warmteprikkel op, maar wordt het warmteorganisme gestimuleerd, van binnen uit zelf warmte aan te maken. Zieken zijn daar echter vaak niet toe in staat, en het gevolg is dat ze het al in het bad of tijdens de narust gemakkelijk koud krijgen. Om dit te vermijden mag de temperatuur van het bad gelijk zijn aan de lichaamstemperatuur, of zelfs iets hoger. Afhankelijk van de reacties van de patiŽnt op het bad kan de temperatuur van het bad in de loop van de baden worden verlaagd. Vaak kan dan worden gezien dat het warmteorganisme zich aan de noodzaak aanpast. De duur van een bad is 15-20 minuten.

Eventueel kan de opname van olie door een juiste manier van borstelen na ongeveer 10 minuten worden versterkt. Aanbevolen wordt om de eerste 1-3 baden uit te voeren zonder te borstelen, om aan het oliebad te kunnen wennen en de eerste warmtereactie te kunnen beoordelen.

Na het baden volgt een narust van minstens een uur. Dit is absoluut noodzakelijk want in die tijd treedt de eigenlijke warmteontwikkeling op! Tijdens de narust ligt de patiŽnt goed ingepakt in het flanellen laken. Daarbij moet er op gelet worden dat er geen huidlagen op elkaar liggen en dat er geen holtes met lucht zijn. Daar overheen wordt het goed aansluitende dekbed gelegd. De kamer mag wat verduisterd worden, uitwendige prikkels dienen te worden vermeden. Ook nu mag de rol van de begeleider niet worden onderschat: het invoelend verzorgen en warm, liefdevol begeleiden tijdens de narust kunnen naar mijn ervaring van grote invloed zijn op de warmteontwikkeling, met name bij verzwakte c.q. chronisch zieke patiŽnten. Om met Paracelsus te spreken: de mens is de mens tot medicijn.

De warmtewerking kan enerzijds worden geconstateerd aan de hand van de hoger wordende lichaamstemperatuur, aan de andere kant is het eerste teken van de warmtewerking niet de lichaamstemperatuur, maar het zijn de warme ledematen, die in en na de narust een geestelijk evenwicht bewerkstelligen, terwijl er eerder een inwendige onrust werd gevoeld. Daaraan kan worden gezien hoe de "warmtemens" de basis vormt van waaruit de geest zich op menselijke wijze kan ontplooien.

Het hygiŽnische bad
Het oliedispersiebad kan ook bij gezonde mensen, in meer hygiŽnische zin, worden toegepast als preventieve behandeling. In dat geval kan men het bad ook goed zelf maken. De temperatuur van het bad kan dan ook wat lager ingesteld worden. Wie roerloos blijft liggen zal het niet gauw koud krijgen; de op het warmteorganisme uitgeoefende prikkel veroorzaakt een intensieve opwekking van warmte. Voor de narust kan een badjas die in bed aangehouden wordt ook nuttig zijn.

De baden kunnen zowel 's morgens als 's avonds worden uitgevoerd; de fysiologische warmteontwikkeling is echter s-morgens op zijn hoogst en geeft dan de beste reactie. In totaal is een serie van 12 baden aan te bevelen, met de eerste baden dagelijks, en de volgende 2-3 maal per week. Afsluitend kan gesteld worden dat het oliedispersiebad volgens Junge een zeer effectieve behandeling is. Door het gegeven dat bij het oliedispersiebad het individuele van de mens, het menselijke ik , wordt beÔnvloed is er duidelijk sprake van een individuele behandeling.

Birgit Schopper, verpleegkundige, Forchstr. 152, CH-8032 ZŁrich

Artikel uit WALA MED (zomernummer 2001). Overname uitsluitend met bronvermelding!

ę terug