Het toepassen van olie

in de verpleegkunde en de dagelijkse artsenpraktijk

Een Samaritaan kwam op zijn reis ook daar, zag hem en had medelijden met hem. Hij ging op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze... Lucas 10:33

Het uitwendige gebruik van oliŽn bij de behandeling van de zieke is gebaseerd op een innerlijk 'richten op', het brengt het geestelijk richten van de aandacht tot uitdrukking. Datzelfde gaat ook op als de patiŽnt zelf b.v. zijn geblesseerde knie insmeert met arnica-olie. Hij richt zich dan geestelijk op een onderdeel van zijn organisme dat hij eerder misschien al te lang alleen maar gebruikt heeft, en bij dit richten van de aandacht geneest de knie op een andere manier dan wanneer die aandacht er niet aan te pas zou komen. Uit recent onderzoek blijkt dat bij patiŽnten die een hartinfarct hebben gehad nieuwe infarcten beter worden voorkomen als de patiŽnt er in slaagt een geestelijke band met zijn zieke orgaan op te bouwen, en op de intensive care van te vroeg geboren baby's is duidelijk geworden dat kinderen door intensieve bemoeienis, en vooral zachte aanraking, meer en beter overleven, dan wanneer ze alleen maar technisch juist verzorgd worden.

Waarom is dat zo?
Groei, herstel en genezing van een orgaan zijn niet alleen afhankelijk van fysieke factoren. De levensprocessen van een menselijk orgaan verlopen anders als dit orgaan door het geestelijke wordt doordrongen, als het verbonden wordt met het geestelijke dat in dat lichaam leeft en dat de achtergrond vormt van zijn beweging en gevoel. De levensprocessen van een orgaan zijn wezenlijk afhankelijk van de warmteverhoudingen van het orgaan. De moderne fysiologie toont aan dat warmte voor het organisme nog belangrijker is dan ademhaling (zuurstofgebrek), vloeistof en zout: de warmteregulatie is dus net zo belangrijk als de regeling van de doorbloeding. Als de mens zich geestelijk intensief met een orgaan verbindt verandert alleen daardoor al de doorbloeding van het orgaan, nog voordat het orgaan actief wordt.

OliŽn worden gevormd vanuit een samenspel tussen de warmteactiviteit van de zon en de levensprocessen van de plant. Meestal concentreert de plant deze warmtedragende stoffen in de bloesem, de vrucht en het zaad, dus daar, waar in de plant het geestelijke het duidelijkst aanwezig is.

Kleur, geur, en het zoete trekken het bezielde leven aan. Olie is een in vloeistof verdichte warmte; het uitwendig toepassen van olie is een 'warmtegeschenk' voor het organisme. OliŽn zijn vooral geÔndiceerd als er onvoldoende eigenwarmte is voor de noodzakelijke levens- of wondgenezingsprocessen. Ze geven een warmteomhulsel en verminderen het uitstralen van warmte. Ze stimuleren de doorbloeding en versterken de doorwarming. Via de waarneming van de huid werken oliŽn in op het geestelijke en wijzigen de activiteit ervan in het betreffende orgaan.

Vooral bij patiŽnten die geen omhulling meer hebben, die uitgeput of krachteloos zijn of die een constitutioneel 'warmtegebrek' hebben is het gebruik van olie geÔndiceerd. Het soort invloed dat de olie uitoefent op de levensprocessen, de geestelijke gewaarwording c.q. het warmteorganisme kan worden bepaald door de aard van de olie, b.v. door rozenolie te verrijken met sint-janskruid of lavendel. Meestal worden daarvoor extracten van planten en etherische oliŽn gebruikt die verwant zijn met het bloeiproces van de plant, en die elk op hun eigen wijze het geestelijke in de mens aanspreken. Er kunnen echter ook preparaten op basis van b.v. veen gebruikt worden, die rechtstreeks inwerken op de levensprocessen van het organisme.

Artikel uit WALA MED (zomernummer 2001). Overname uitsluitend met bronvermelding!

ę terug